Daltonschool

De Kleine Wereld: Dagelijks Dalton

Op onze school willen we de kinderen iedere dag laten spelen en werken volgens de drie pijlers van het Dalton- onderwijs:

Vrijheid – Zelfstandigheid – Samenwerking


Iedere Daltonschool werkt de drie principes vrijheid, zelf- werkzaamheid en samenwerking uit op een manier, die in de eigen situatie het beste past. Dit betekent dat elke Daltonschool er anders uitziet: een ander gebouw, andere mensen, een andere wijk, een andere indeling van groepen, andere methodekeuzen.

 

Daltononderwijs is een manier van omgaan met elkaar.
Werken volgens de Daltonprincipes betekent ruimte scheppen en kinderen de gelegenheid en het vertrouwen geven om zelfstandig of samen te werken aan een afgesproken taak.

 

De drie uitgangspunten geven het onderwijs een zodanige vorm, dat elk kind zich prettig voelt in de school en daar ook wil leren.

kndrn002

Uitgangspunten van ons Daltononderwijs

Vrijheid (in gebondenheid)

 

Dit uitgangspunt is een belangrijke voorwaarde voor de ontplooiing van ieder kind. In die vrijheid ligt het beroep besloten dat wij doen op het verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen ten opzichte van zichzelf en de mensen om hen heen. Daarom is een kind niet volledig vrij om te doen en te laten wat het wil. Er is een duidelijk van te voren vastgestelde grens waarbinnen een kind zich kan bewegen.

 

Vrijheid moet je leren hanteren. Wij stellen dus aan de jongste kinderen andere eisen dan aan kinderen uit de hoogste groepen.

 

Toch hebben alle kinderen in school ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien. De volgende afspraken gelden uiteindelijk voor ieder kind in onze school:

 

  • Kinderen kiezen binnen taakwerk zelf de volgorde van hun werkzaamheden.
  • Kinderen kunnen zichzelf een werktempo opleggen, binnen bepaalde grenzen.
  • Kinderen zijn vrij in het inroepen van hulp; van de leerkracht of een medeleerling.

 

De leerkracht zal bij het stellen van regels en eisen steeds alert zijn op individuele verschillen tussen kinderen.

 

Zelfstandigheid

 

Het uitgangspunt zelfwerkzaamheid (en zelfstandigheid) wordt vorm gegeven door middel van taakwerk. Dit is een wegwijzer voor de kinderen om zelf ontdekkend aan het werk te gaan. Oplossingen voor problemen moeten zoveel mogelijk zelf gevonden worden. Het leren omgaan met ‘uitgestelde aandacht’ is belangrijk.

 

De leerkracht stimuleert en wijst de weg als een kind dreigt vast te lopen.

 

Bij kinderen ontstaat in de loop van hun schooltijd op deze manier een grote mate van zelfstandigheid. Door kinderen een groter aandeel te geven in hun eigen ontwikkeling, groeit ook het verantwoordelijkheidsgevoel. Dit geldt net zozeer voor kinderen van 11 jaar, als voor kleuters van 5 jaar.

 

Onderlinge samenwerking en hulp.

 

Wanneer wij het zelfstandig en individueel werken stimuleren, is het mogelijk dat een kind zo in het eigen werk opgaat, dat een kind het totaal, de groep en de school uit het oog verliest. Vandaar dat wij de onderlinge hulp en samenwerking tussen kinderen voortdurend stimuleren. Wij vinden dit een belangrijk uitgangspunt, omdat het aansluit bij de eisen die de maatschappij stelt: samenwerken in teamverband. Hierin past goed de werkvorm Coöperatief Leren die zeer regelmatig wordt toegepast op school.

 

Daarnaast vinden er regelmatig samenwerkingsvormen tussen de groepen plaats, zoals uitwisselingen, podiumpresentaties en het handenarbeidcircuit.

 

De drie Dalton beginselen moeten in samenhang met elkaar toegepast worden. Daarom kunnen we ook zeggen, dat samenwerken iets geheel anders is dan afkijken. Kinderen wordt geleerd verantwoordelijk te zijn voor hun werk. De periode dat kinderen bezig zijn iets te oefenen, te proberen of onder de knie te krijgen, is een andere dan het maken van een toets. Kinderen moeten fouten kunnen maken om ervan te leren. In toetsen laten ze zien hoe ver ze met de leerstof zijn.